Zelf zonnebloempitten roosteren: Deel I
Zonnebloemen zijn mijn lievelingsbloemen. Sterker nog, deze blog had bijna Mevrouw Zonnebloem geheten; het is alleen dat ik nog nét iets meer van pompoenen houd.
Uitgebloeide zonnebloemen
In mijn tuintje groeiden een paar zonnebloemen die danig uit
de kluiten waren gewassen. Ze kwamen tot het dak van het kantoortje van mijn
man, iets wat eigenlijk nooit de bedoeling was. Ze waren prachtig, maar wel
heel topzwaar, en al vrij vlug begonnen ze voorover te hellen. Met veel touw en
bamboestokken hebben we ze overeind gehouden, tot de koppen toch zo zwaar
werden dat ze als vermoeide oude mannetjes bijna over het houtsnipperpaadje struikelden.
Ik merkte dat de gele blaadjes ook waren verdwenen. Uitgebloeid, dat was
duidelijk.
Iemand vroeg of ze wat van onze zaadjes mocht. Tuurlijk, zei
ik, al was het nog niet bij me opgekomen om de zonnebloemen te óógsten. Maar ik
herinnerde me plotseling de smaak van geroosterde zonnebloempitten uit mijn
jeugd – een beetje
warm, een beetje nootachtig, een beetje Vrije Schools – en besloot aan ’t Googlen te gaan om erachter
te komen hoe je dat precies doet, van zonnebloem naar geroosterde pitjes.
Wie zaait, zal oogsten…en dat is hard werk
Het bleek best een proces te zijn, waar je wat geduld voor
moet hebben. Ik begon met het oogsten en drogen van de bloem en de zaden, en
vandaag heb ik die zaadjes eindelijk geroosterd. Terwijl ik dit schrijf, drijft
die nootachtige geur me nog tegemoet.
Ik moet eerlijk bekennen dat het intensieve traject van het
pellen me verbaasd heeft. Jeetje, ik had een bak vol zaden en die schillen
moesten er allemaal af? Ik heb het met een deegroller en met een vijzel
geprobeerd, maar uiteindelijk was de blender, samen met een uitgekiend systeem
van bakjes water en zeefjes, de beste methode. Het lukte me niet om alles in
één avond af te krijgen, en ik kan je vertellen: de schilletjes zweefden die
avond voor mijn ogen. Ik droomde verdorie zelfs van schilletjes.
![]() |
| De laatste zaadjes heb ik erin gelaten voor de vogeltjes |
In contact met mijn innerlijke oermens
Terwijl ik ook handmatig nog zaadje na zaadje van haar jasje
ontdeed, heb ik me met lichte vertwijfeling afgevraagd wat me nou eigenlijk in
hemelsnaam bezielde. Ik bedoel, het zijn zonnebloemzaadjes – niet bepaald een eerste
levensbehoefte. Je kunt ze simpelweg voor een paar euro in de winkel kopen, en
waarschijnlijk heb je dan nog meer ook. Maar die worden waarschijnlijk allemaal
in een machine gepeld, en machines hebben we als mensheid natuurlijk meestal
nooit gehad en zullen we misschien ook niet altijd hebben. Dít is hoe we het
honderdduizenden jaren zelf deden: gewoon met de hand (oké, misschien niet per
se zonnebloemzaadjes, maar je snapt wat ik bedoel!). Bovendien is het mijn
intentie om juist dichter bij de natuur te staan, en wat is er mooier dan het
hele proces zo intiem mee te maken? Deze zonnebloemen heb ik met een zaadje
zelf geplant, ik heb ze zien opkomen en bloeien, ik heb ze geoogst, gedroogd, de
zaadjes eruit gewreven, opnieuw gedroogd, en nu…eindelijk… kon ik ze bijna proeven.
Lijkt je dit zelf ook leuk om eens te proberen? Hier lees je
hoe ik het gedaan heb.
Overigens gaven onze zonnebloemen twee verschillende soorten zaden: donkergrijze/zwarte en de welbekende grijs-wit-gestreepte. De donkergrijze bevatten meer olie (misschien nog eens een leuk toekomstig projectje) en zijn minder lekker. Ik gebruik dus alleen de gestreepte zaadjes om te roosteren. De donkergrijze bewaar ik gedroogd in een potje voor de herfst, om er vogelbolletjes van te maken.



Reacties
Een reactie posten